https://library.wur.nl/speccol/fruitvrij/pomologiabatava/Inl/InlvN1.htm
https://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog16_01/aa__001biog16_01_0653.php
[Mr. Mathieu van Noort]
NOORT (Mr. Mathieu van), geboren te Leyden, den 23 December 1768, had, na zijne loflijk volbragte regtsgeleerde studiën, lang door verschillende landen van Europa gereisd en daardoor, bij veel verkregen menschenkennis, een fijnen kunstsmaak zich verworen, waarvan door hem de bewijzen in zijn geschreven reisjournaal waren nedergelegd. In zijne geboortestad teruggekeerd, gaf hij van dien smaak de doorslaandste bewijzen door zijn met kunde verzameld kabinet van schilderijen van vaderlandsche meesters, en door zijn voortreffelijk teekenwerk, vooral van portretten en vruchten. Ook etste hij enkele portretten en boetseerde in was onderscheidene kunstwerken, als eene buste van prof. Pieter Nieuwland. Toen de landhuishoudkundige prof. G. Wttewaall, met het onderwijs aan de Leydsche hoogeschool voor zijn vak belast werd (1823), werd van Noort door hem aangezocht, om de Nederlandsche appelen en peeren, waarvan hij bovenal ook de aankweeking ter harte nam, af te teekenen en met een beschrijvenden tekst uit te geven. Hij kweet zich van deze taak meesterlijk. Hiervan zagen, van den jare 1830 af tot aan zijnen dood in 1844 toe, dus in 14 jaren, 21 afleveringen het licht, waarna het, gelijk zulks meermalen met kunstwerken ten onzent gaat, deels bij gebrek aan geldelijke ondersteuning, deels door zijn verscheiden, gestaakt werd. Nooit in den handel gebragt en slechts aan zijne vrienden weggeschonken, werd het niet genoegzaam bekend. Er liggen nog wel voor 2 à 3 deelen door hem geteekende voorwerpen (zoo peeren als appelen) bij eenen van 's mans hoogschatters (den Heer B. Wttewaall) te Leyden in portefeuille. In zijne laatste levensjaren leefde hij, die vroeger zoo aan den stedelijken raad zijner geboortestad, als aan kunstvereenigingen aldaar, met name aan die van Ars aemula Naturae een zeer werkzaam deel nam, nu zeer teruggetrokken, op zijn buitengoed, in Leidens nabijheid, het huis ter Wadding onder Voorschoten, alwaar hij in ongeveer 76 jarigen ouderdom, d. 17 November 1844 overleed.
Hij gaf uit en liet voor zijne vrienden drukken:
Pomologia Batava of afbeelding en beschrijving van onderscheidene soorten van Appelen en Peeren, welke in Nederland gewoonlijk worden gekweekt, allen naar het leven en kleuren geteekend en beschreven door Mr. Mathieu van Noort (steendruk van L. Springer), Leyden, in commissie bij den boekhandelaar van der Hoek, 21 afleveringen, in 4o. Het voorberigt, waarin hij van de aanleiding tot dit werk gewaagt, was geteekend 22 December 1830 (zijn 62ste jaardag.)
Zie kortelijk M. Siegenbeek, Hand. van de Maats. der Ned. ett. 1845. bl. 20, 21. Cat. eener fraaije Verz. Schild. nagelaten oor Mr. M.v.N. te verkoopen op het huis ter Wadding, onder et bestuur van den Not. Mr. H. Obreen, d. 29 April 1845. Uit articuliere berigten aangevuld.
https://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog25_01/aa__001biog25_01_0573.php
[Mallhieu van Noort]
NOORT (Mallhieu van), den 23 December 1768 te Leiden geboren, promoveerde aldaar in de regten, waarna hij een buitenlandsche reis deed, waarvan hij een journaal opstelde, dat niet is gedrukt. Hij overleed den 17 November 1844 op zijn buitenverblijf ter Wadding bij Voorschoten.
Men heeft van hem:
Pomologia Batava of afbeelding en beschrijving van onderscheidene soorten van appelen en peeren, welke in Nederland gewoonlijk worden gekweekt, allen naar het leven in kleuren geteekend en beschreven. Leiden 1830-1844. 21 afleveringen (niet voltooid).
https://www.dbnl.org/tekst/_jaa002184501_01/_jaa002184501_01_0002.php
[Levensbericht van M. van Noort]
Op den 17 November des vorigen jaars verloor de Maatschappij nog een geacht medelid door het overlij-
[p. 21]
den, in den merkelijk gevorderden ouderdom van bijna 76 jaren, van den Heer M. van Noort, oud lid der Regeringe van Leiden, die reeds in den jare 1817 door de Maandelijksche Vergadering, volgens de haar vergunde vrijheid ter keuze van leden, binnen de stad woonachtig, aan dezelve werd toegevoegd. Die Vergadering mogt echter vroeger slechts zelden, en in de laatste jaren nimmer het genoegen smaken, van hem in haar midden te zien. Verre van zulks aan geringe belangstelling in hare werkzaamheden toe te schrijven, houde ik het veeleer voor het gevolg van zijne zucht voor eene afgezonderde levenswijze, welke hem den omgang met weinige vrienden verre boven de deelneming aan talrijke bijeenkomsten, waarvan hij afkeerig was, deed kiezen. Dat kleine getal van vertrouwde vrienden schatte hem niet enkel hoog, als man van velerlei kennis en met name als kundig liefhebber en gelukkig beoefenaar van schilder- en teekenkunst, maar ook, en wel voornamelijk, om de vele loffelijke hoedanigheden, welke hem, als mensch, versierden.